ABRvS 7 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD6115
Ingevolge artikel 34, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, ten tijde van belang en voor zover van belang, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een eigen vermogen van ten minste € 7.300,00 indien hij alleenstaande is, dan wel van ten minste € 10.500,00 in overige gevallen. [..] Bij besluit van 20 mei 2005, gehandhaafd in bezwaar, heeft de raad de aanvraag van [appellant] om een toevoeging afgewezen, omdat het bij [appellant] aanwezige vermogen van € 23.872,00 de hoogte van het maximaal vrijgestelde bedrag overschrijdt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert, vormt een herhaling van hetgeen hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft terecht geconstateerd dat [appellant] in de verklaring omtrent het inkomen en vermogen van 23 april 2005 bij de vraag naar de gegevens van de [partner] heeft opgegeven. Daarbij heeft hij het woord 'partner' doorgestreept en tussen haakjes het woord 'vrouw' achter de naam gezet. Voorts heeft [appellant] als overig vermogen het tegoed van zijn Riant Spaarrekening en het tegoed van de Bonus Golden Years Account van zijn vrouw opgegeven. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat de raad er van mocht uitgaan dat [appellant] en zijn echtgenote ten tijde van belang niet duurzaam gescheiden leefden en dat de raad het vermogen van de echtgenote terecht bij het bij het in aanmerking te nemen vermogen heeft betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl