ABRvS 12 juni 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD4768
Vreemdelingenbewaring / artikel 94 lid 2 Vw en Atw Gegeven voormeld belang dat met de naleving van artikel 94, tweede lid, van de Vw 2000 is gemoeid, en de aan de schending van die bepaling te verbinden gevolgen, ziet de Afdeling aanleiding de daarin gestelde termijn op te vatten als een termijn die zozeer verband houdt met de duur van de vrijheidsbeneming, dat deze kan worden aangemerkt als een termijn van vrijheidsbeneming waarvoor de Algemene termijnenwet (hierna: de Atw) ingevolge artikel 4, aanhef en onder c, van die wet niet geldt. Anders dan de staatssecretaris in het verweerschrift betoogt, brengt de omstandigheid dat de vijfde mei in artikel 3, eerste lid, van de Atw is aangemerkt als algemeen erkende feestdag in de zin van die wet, dan ook niet mee dat de in artikel 94, tweede lid, van de Vw 2000 gestelde termijn waarbinnen het beroep van de vreemdeling ter zitting diende te worden behandeld, is verlengd tot en met 6 mei 2008. Door het beroep van de vreemdeling eerst op 6 mei 2008 ter zitting te behandelen heeft de rechtbank in strijd met meergenoemd artikel 94, tweede lid, gehandeld. Nu de laatste dag van de in dat artikellid gestelde termijn in dit geval eindigde op 5 mei 2008, is de maatregel met ingang van 6 mei 2008 onrechtmatig. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl