ABRvS 27 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD3186
Uitzetting / beoordeling voortvarendheid / beoordeling rechtmatigheid voorbereidingshandelingen Van uitzetting van vreemdelingen als bedoeld in artikel 63 van de Vw 2000, die is aan te merken als bestuursdwang, dienen te worden onderscheiden handelingen ter voorbereiding van de uitzetting. Zodra van een voornemen tot uitzetting sprake is, kan de betrokken vreemdeling op de voet van artikel 59, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring worden gesteld en dient de voorbereiding van de uitzetting - waaronder het onderzoek naar de mogelijkheid daartoe - te worden aangevangen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat ter toetsing staat of gelet op de relevante feiten en omstandigheden zicht op uitzetting van de vreemdeling bestaat binnen redelijke termijn en of met voldoende voortvarendheid aan die uitzetting wordt gewerkt. Bij de beoordeling of met voldoende voortvarendheid te werk wordt gegaan, kunnen in beginsel slechts worden betrokken handelingen ter voorbereiding van de uitzetting die op rechtmatige wijze zijn verricht. De beoordeling van de rechtmatigheid van die handelingen kan betekenis hebben voor de vraag of de staatssecretaris voldoende voortvarendheid betracht. Voor zover de vreemdeling klaagt dat de rechtbank ten onrechte bij de beoordeling of de staatssecretaris de bij de uitzetting vereiste voortvarendheid heeft betracht niet van belang heeft geacht of de door DT&V verrichte handelingen bevoegdelijk zijn verricht, is deze klacht terecht voorgedragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl