ABRvS 25 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC8565

Herhaalde aanvraag / Definitierichtlijn / samenwerkingsplicht / gelegenheid voor contra-expertise Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in haar uitspraak van 12 juli 2007 in zaak nr. 200703043/1, (LJN: BB1365), bestaat, voor zover dit artikellid al een direct toepasbare norm zou inhouden, geen grond voor het oordeel dat de hierin opgenomen samenwerkingsplicht verder strekt dan dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om elementen ter staving van zijn asielverzoek in te dienen en de staatssecretaris, na te hebben bezien in hoeverre deze elementen relevant zijn en aanleiding geven dit verzoek in te willigen, het resultaat van de beoordeling daarvan, voordat een beslissing wordt genomen, mededeelt aan de vreemdeling, zodat deze de mogelijkheid heeft eventuele gebreken te herstellen. Nu voorts uit dit artikellid, evenals uit artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000, volgt dat de verzoeker zijn asielverzoek dient te staven met elementen, bestaat geen grond voor het oordeel dat, indien, zoals in het onderhavige geval, documenten, waarvan de authenticiteit niet is aangetoond, ter onderbouwing van een herhaalde aanvraag zijn overgelegd, de staatssecretaris gehouden zou zijn de vreemdeling tegemoet te komen door hem, alvorens een besluit te nemen, in de gelegenheid te stellen die authenticiteit door middel van een contra-expertise aan te tonen. Er is derhalve geen sprake van een voor de vreemdeling relevante wijziging van het recht. De grief faalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen