ABRvS 26 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC6620
Wijziging beperking verblijfsvergunning regulier / geen specifieke verblijfsdoel opgegeven / buiten behandelingstelling Niet in geschil is dat de vreemdelingen bij hun aanvragen van 23 juni 2005 hebben verzuimd om het specifieke verblijfsdoel, in verband waarmee zij in Nederland wensen te verblijven, op te geven. De minister heeft de vreemdelingen bij brief van 5 augustus 2005 in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen een beperking aan te geven en bescheiden en gegevens over te leggen op grond waarvan hij naar behoren op de aanvragen kan beslissen. Niet in geschil is dat de vreemdelingen hieraan geen gevolg hebben gegeven. Weliswaar waren de vreemdelingen, gelet op voormelde uitspraak van 24 maart 2006, niet verplicht om een in artikel 3.4, eerste lid, van het Vb 2000 vermelde beperking op te geven en konden zij zich beperken tot het vermelden van hun specifieke verblijfsdoel, maar nu zij naar aanleiding van de brief van 5 augustus 2005 geen specifiek verblijfsdoel hebben opgegeven en evenmin bescheiden en gegevens hebben overgelegd waaruit het door hen gewenste specifieke verblijfsdoel blijkt, was de minister bevoegd om de aanvragen met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl