ABRvS 12 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4733

Rechtmatig verblijf / instellen beroep / geen schorsende werking Nu bij of krachtens de Vw 2000 niet anders is bepaald, volgt uit artikel 6:16 van de Awb dat het door de vreemdeling ingestelde beroep niet de werking schorst van het besluit waartegen het is gericht, zodat de vreemdeling, gelet op artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw 2000, hieraan geen rechtmatig verblijf kan ontlenen. Dat de vreemdeling een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening heeft ingediend, maakt dit niet anders. Artikel 8 van de Vw 2000 bevat een uitputtende opsomming van de gronden waarop, dan wel de omstandigheden waaronder, een vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De situatie die hier voorligt, waarin de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een beroepschrift en ter voorkoming van uitzetting in die procedure een verzoek heeft ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, valt daar niet onder. Derhalve is geen sprake van een grond waarop of een omstandigheid waaronder de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen