ABRvS 4 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BC0031
COA / alsnog verstrekkingen / schadevergoeding De rechtbank heeft appellant, door slechts de wekelijkse financiële toelage als een verstrekking als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, en 14, eerste en tweede lid, van de Rva 2005 in aanmerking te nemen en te overwegen dat, voor zover appellant stelt dat hij schade heeft geleden naast de ten onrechte niet verkregen wekelijkse financiële toelage, deze gestelde schade op geen enkele wijze is gestaafd, niet tekort gedaan. Nu appellant bij de rechtbank heeft gesteld schade te hebben geleden en om vergoeding daarvan heeft verzocht, was het aan hem om die schade aannemelijk te maken. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de enkele omstandigheid dat appellant in de periode van 24 januari 2007 tot en met 29 maart 2007 geen gebruik heeft kunnen maken van de voorzieningen die hem in de opvang ter beschikking zouden hebben gestaan, onvoldoende is voor het oordeel dat appellant als gevolg daarvan daadwerkelijk schade heeft geleden. De enkele verwijzing naar de eerder vermelde uitspraak van 7 april 2004 leidt evenmin tot een ander oordeel, nu in die uitspraak reeds was vastgesteld dat sprake was van te vergoeden schade en slechts nog de omvang van de toe te kennen schadevergoeding in geschil was. De rechtbank heeft het verzoek tot het vergoeden van de door appellant gestelde schade dan ook terecht afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl