ABRvS 26 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9998
COA / verstrekkingen / passende woonruimte / bijzondere omstandigheden Bij het aanbieden van passende woonruimte wordt door het COa geen rekening gehouden met persoonlijke woonwensen van de te huisvesten vreemdelingen. Alleen indien sprake is van bijzondere omstandigheden in de huisvestingssfeer houdt het COa rekening met de door de te huisvesten persoon opgegeven indicaties. Op het daarvoor bestemde formulier, het zogenoemde B6 formulier, heeft de vreemdeling op 23 november 2006 aangegeven dat zij familie in de eerste graad in de gemeente Arnhem heeft en in verband daarmee verzocht om plaatsing in die gemeente dan wel regio. Op dat formulier staat tevens vermeld dat na het uitreiken van een plaatsingsbrief geen wijzigingen van de indicaties meer worden geaccepteerd. Rekening houdend met de door de vreemdeling opgegeven indicatie heeft het COa haar woonruimte aangeboden binnen een straal van vijftig kilometer rondom de gemeente Arnhem, te weten in de gemeente Lochem. Aldus heeft het COa de vreemdeling in overeenstemming met het ter zake gevoerde beleid passende woonruimte aangeboden. Het COa is hierbij, anders dan de rechtbank die is uitgegaan van de feitelijke afstand tussen de woningen van de familie van de vreemdeling in Arnhem en de aangeboden woonruimte in Lochem, conform evenbedoeld beleid uitgegaan van een straal van maximaal 50 kilometer rondom de gemeente Arnhem. Nu de gemeente Lochem op ongeveer 47 kilometer van de gemeente Arnhem ligt, is in dit opzicht sprake van passende woonruimte. Ten aanzien van de overweging van de rechtbank dat samengevat weergegeven het COa reeds jaren op de hoogte geweest moest zijn van de psychische klachten van de vreemdeling, wijst de Afdeling erop dat, wat daar ook van zij, de vreemdeling deze klachten niet op bovenbedoeld B6 formulier heeft vermeld. Eerst tijdens het woningweigeringsgesprek van 24 januari 2007 en in beroep, derhalve nadat haar bij brief van 20 januari 2007 woonruimte is aangeboden, heeft de vreemdeling haar psychische klachten naar voren gebracht en ter onderbouwing daarvan medische documenten overgelegd. Het COa heeft hiermee dan ook geen rekening kunnen houden bij het aanbod van woonruimte van 20 januari 2007. In het besluit van 1 februari 2007 is het COa in voldoende mate ingegaan op de door de vreemdeling naar voren gebrachte argumenten voor het weigeren van de aangeboden woonruimte, te weten dat zij gedurende de behandeling van haar psychische klachten is aangewezen op mantelzorg van familie in de eerste graad in Arnhem. In dat verband heeft het COa deugdelijk gemotiveerd dat het hiermee rekening heeft gehouden bij het aanbod van woonruimte aan de vreemdeling binnen een straal van 50 kilometer rondom de gemeente Arnhem. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat het COa de aangeboden woonruimte niet in redelijkheid passend heeft kunnen achten.
De uitspraak op rechtspraak.nl