ABRvS 14 september 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB4259
Afwijzing aanvraag verlenen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd / ijkpunt / intrekkingsgrond nadien gebleken Zoals de staatssecretaris terecht betoogt, heeft de passage uit de Memorie van Toelichting waarop de rechtbank zich heeft gebaseerd uitsluitend betrekking op de thans in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 vermelde intrekkingsgrond. Uit die passage, noch uit het wettelijk stelsel en de bewoordingen van artikel 34 van de Vw 2000 valt evenwel af te leiden dat geen rekening kan worden gehouden met een intrekkingsgrond die zich reeds ten tijde van het in dat artikel vermelde ijkpunt voordeed doch waarvan eerst nadien is gebleken. Die situatie zal zich met name bij de in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 vermelde intrekkingsgrond kunnen voordoen. Bovendien is de opvatting van de rechtbank niet te rijmen met de in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 voorziene mogelijkheid tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens het verstrekken van onjuiste gegevens dan wel achterhouden van gegevens. Daaruit volgt dat de betrokkene in dat geval niet (meer) in aanmerking komt voor een zodanige verblijfsvergunning. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl