ABRvS 12 september 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB3792

Intrekking verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd / persoonlijke omstandigheden die tot het verstrekken van onjuiste gegevens of achterhouden van gegevens hebben geleid zijn niet van belang De rechtbank heeft in de door haar in aanmerking genomen omstandigheden ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat de minister het verstrekken van onjuiste gegevens en het achterhouden van gegevens niet in redelijkheid heeft kunnen tegenwerpen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (rechtsoverweging 2.5.1 van de uitspraak van 2 augustus 2004 in zaak no. 200403143/1, JV 2004/364) volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 35 van de Vw 2000 (Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1999/2000, 26 732, no. 7, blz. 25-26) dat voor beantwoording van de vraag of tot intrekking op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens dan wel het achterhouden van gegevens, als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, kan worden overgegaan, bepalend is of bij bekendheid met de juiste gegevens de ingetrokken vergunning zou zijn verleend. Daarbij is niet van belang of het de desbetreffende vreemdeling kan worden toegerekend onjuiste, dan wel onvolledige gegevens te hebben verstrekt, zodat het evenmin relevant is of het die vreemdeling zelf was die onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden. Hieruit moet tevens worden afgeleid dat persoonlijke omstandigheden van de desbetreffende vreemdeling die tot het verstrekken van onjuiste gegevens dan wel het achterhouden van gegevens hebben geleid, evenmin van belang kunnen zijn. De omstandigheden die de rechtbank hebben geleid tot het oordeel dat de intrekking van de verblijfsvergunning onredelijk is, kunnen derhalve, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, niet aan intrekking op de voet van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in de weg staan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen