ABRvS 24 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB2788

Vreemdelingenbewaring / eerdere inbewaringstelling opgeheven na belangenafweging / ten onrechte toets nieuwe feiten en omstandigheden Bij uitspraak van 3 juli 2007 heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, de opheffing van de vorige bewaring bevolen, omdat naar haar oordeel het belang van de staatssecretaris bij het voortduren van de bewaring niet opweegt tegen het belang van de vreemdeling bij het herwinnen van zijn vrijheid. In deze uitspraak is voorts overwogen dat, voor zover thans van belang, er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat thans geen zicht op uitzetting bestaat. Bij de thans aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat thans niet is gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden die een nieuwe inbewaringstelling zouden kunnen rechtvaardigen. Daarbij heeft zij in aanmerking genomen dat de vreemdeling sinds 2000 regelmatig - langdurig - in bewaring en strafrechtelijke detentie heeft gezeten en dat ondanks verschillende onderzoeken en presentaties bij de Marokkaanse autoriteiten tot op heden geen reisdocument is afgegeven. Aldus heeft de rechtbank miskend dat in voormelde uitspraak van 3 juli 2007 is vastgesteld dat er toen geen aanknopingspunten waren voor het oordeel dat geen zicht op uitzetting bestond en dat de toen bevolen opheffing van de bewaring derhalve geen verband hield met het ontbreken van zodanig zicht. Voor een beoordeling of sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden op grond waarvan zicht op uitzetting aanwezig kan worden geacht, bestond derhalve geen aanleiding. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen