ABRvS 17 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1431
Opvang / wettelijke taak COA / bijzondere omstandigheden / acute medische noodsituatie Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 28 maart 2007 in zaak no. 200605521/1; JV 2007/187) houdt de in artikel 3 van de Wet COA neergelegde wettelijke taak van het COA ook in dat het ondanks een meeromvattende beschikking opvang verleent in zeer bijzondere omstandigheden die tot feitelijke opvang nopen, voor zover deze omstandigheden niet vallen onder het bereik van de door de minister aangewezen categorieën van artikel 3 van de Rva 2005. De voorzieningenrechter heeft dit onderkend. Grief 1 faalt. Ter beoordeling of sprake is van een acute medische noodsituatie die tot opvang noopt, dient het COA volgens het beleid dat het zelf pleegt toe te passen te beoordelen of de vreemdeling lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van onmiddellijke behandeling in deze fase van de stoornis zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke en/of lichamelijke schade. Dat hiervan sprake is, behoeft niet aan beëindiging van de verstrekkingen in de weg te staan, indien een beroep van de vreemdeling op artikel 10 van de Vw 2000 het intreden van evenbedoelde gevolgen - van het achterwege laten van medische behandeling - voorkomt. Nu het besluit van 6 februari 2007 geen blijk geeft van een beoordeling of sprake is van een acute medische noodsituatie en het COA evenmin heeft beoordeeld of de mantelzorg waarop de vreemdeling is aangewezen onder artikel 10 van de Vw 2000 valt en of die mantelzorg elders op vergelijkbare wijze kan worden geboden, bestaat geen grond voor het oordeel dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het COA ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of sprake is van bijzondere omstandigheden die tot opvang nopen. Onderzoek op deze punten is in dit geval van bijzonder belang omdat mantelzorg pleegt te worden geboden door personen uit de directe leefomgeving en een rechtsgevolg van het besluit van 6 februari 2007 nu juist is dat de vreemdeling daaruit zonder gebleken alternatief wordt verwijderd. Ook grief 2 faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl