ABRvS 12 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1415

Aanvraag verlening verblijfsvergunning regulier / middelenvereiste / middelen van bestaan van de vreemdeling Niet in geschil is dat de minister de door de vreemdeling ingediende aanvraag om wijziging van de beperking van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd terecht als een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft beoordeeld. Dat, naar de rechtbank heeft overwogen, de vreemdeling reeds op basis van een verblijfsvergunning in Nederland heeft verbleven en niet ten laste van de openbare middelen komt, biedt geen grond voor het oordeel dat artikel 3.22 van het Vb 2000 dan niet van toepassing is. Evenmin blijkt dit uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3.81 van het Vb 2000. Dat brengt met zich dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister, door in het besluit van 1 december 2005 de middelen van bestaan van de vreemdeling buiten beschouwing te laten, dat besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen