ABRvS 9 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9883

Toepasselijke inkomensnorm / wijziging van het recht De inkomensnorm, als bedoeld in artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000 verwijst naar het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, onder a, 14 en 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag. Niet in geschil is dat de aanvragen van de vreemdelingen op 27 december 2005 zijn ingediend en op dat moment de inkomensnorm, zoals vermeld in het WBV 2005/50, gold. Bij de Regeling van 16 november 2005, no. ASEA/LIV/05/78276 (Staatscourant 2005, 228), heeft de minister van SoZaWe het minimumloon met ingang van 1 januari 2006 vastgesteld. Deze vaststelling heeft ingevolge de verwijzing in artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000 doorwerking in de strekking van de in die bepaling neergelegde inkomensnorm. Hierdoor heeft een wijziging van het recht plaatsgevonden. Die wijziging is door de minister vermeld in het WBV 2006/9, dat per 1 januari 2006 in werking is getreden. Uit artikel 3.103 van het Vb 2000 volgt dat de aanvragen van de vreemdelingen dienen te worden getoetst aan artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000, zoals de betekenis daarvan was ten tijde van ontvangst van de aanvragen, en derhalve aan het WBV 2005/50, nu hierin de inkomensnorm is vermeld die gold op het tijdstip waarop de aanvragen zijn ontvangen. Uit de Vw 2000 vloeit niet anders voort en verder is de per 1 januari 2006 geldende inkomensnorm, die is vermeld in het WBV 2006/9 en gold ten tijde van het nemen van de beslissingen op bezwaar, voor de vreemdelingen niet gunstiger, nu vaststaat dat de referent niet aan deze norm voldoet. De rechtbank heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de minister bij het nemen van zijn beslissingen op bezwaar van 2 mei 2006 ten onrechte de in het WBV 2006/9 vermelde inkomensnorm heeft gehanteerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen