ABRvS 25 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9152

Dublin-verordening / voorlopige voorziening / hoger beroep Het betoog dat met het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden bereikt dat de overdrachtstermijn op grond van artikel 19 van de Verordening wordt opgeschort, omdat genoemd artikel niet ziet op het hoger beroep van het bestuursorgaan wordt niet gevolgd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 februari 2005 in zaak no. 200408891/1; JV 2005/153) is een tot opschortende werking van het beroep of bezwaar in de zin van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder d en e, van de Verordening strekkende bevoegdheid neergelegd in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze bepaling is ingevolge artikel 88, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Niet valt in te zien dat ten aanzien van artikel 19, derde lid, van de Verordening anders moet worden geoordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen