ABRvS 5 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7148
Bewaring / ongewenstverklaring en uitzetting in 2002 / verstrijken redelijke termijn / rechtmatig verblijf Gelet op het bepaalde in artikel 8.8, eerste lid, aanhef en onder c, van het Vb 2000, en in aanmerking genomen dat appellant, naar gesteld, eerst op 29 januari 2007 een aanvraag tot opheffing van het besluit tot ongewenstverklaring heeft gedaan en de termijn, waarbinnen de staatssecretaris op dit verzoek moet beslissen, nog niet is verstreken, had appellant ten tijde van de inbewaringstelling geen toegang tot Nederland en derhalve evenmin rechtmatig verblijf hier te lande. Met de rechtbank kan derhalve worden geconcludeerd dat appellant in bewaring kon worden gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl