ABRvS 2 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA4742
Verzoek om opvang / bevoegdheid COA / bijzondere omstandigheden In grief 2 klaagt het COA dat, samengevat weergegeven, de rechtbank een innerlijk tegenstrijdig oordeel heeft gegeven door enerzijds te overwegen dat de beoordeling van verzoeken om opvang van asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet COA in beginsel valt binnen de in artikel 3, eerste lid, van de Wet COA omschreven taak van het COA en het niet inwilligen van het verzoek omdat dit naar het oordeel van het COA valt buiten de gevallen waarin bij of krachtens de wet is voorzien in een aanspraak van de indiener op opvang, naar algemeen bestuursrecht een voor beroep vatbaar besluit is en anderzijds te overwegen dat het COA niet zelfstandig op het verzoek om voortzetting van de verstrekkingen kon beslissen. De klacht is terecht voorgedragen. De rechtbank heeft door aldus te overwegen niet ten volle onderkend dat de Afdeling met de uitspraak van 23 februari 2005 in zaak no. 200406813/1 (AB 2005,112) is teruggekomen van het in eerdere uitspraken neergelegde oordeel dat het COA na een meeromvattende beschikking in beginsel geen bevoegdheid heeft te beslissen over opvang.
De uitspraak op rechtspraak.nl