ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA4307

Intrekking verblijfsvergunning regulier / nader bewijs / ten onrechte getoetst aan artikel 83 van de Vw 2000 Nu zich in dit geval geen van de situaties als bedoeld in artikel 79 van de Vw 2000 voordoet, heeft de rechtbank ten onrechte beoordeeld of de verklaring van 23 juni 2006 als feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 83 diende te worden beschouwd. In beroep heeft appellant, onder verwijzing naar het door hem gemaakte bezwaar, aangevoerd dat hij wel afkomstig is uit Soedan. Daartoe heeft hij onder meer gewezen op de verklaring van 23 juni 2006, die hij bij brief van 19 juli 2006 aan de minister heeft gezonden. Geen rechtsregel verbiedt dat appellant in een geval als dit waarin het de intrekking van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 betreft aldus zijn beroepsgronden tracht te staven met nader bewijs omtrent zijn nationaliteit. Van strijd met een goede procesorde is evenmin gebleken. In de grief wordt daarom terecht betoogd dat de rechtbank de verklaring niet buiten beschouwing kon laten. Omdat de verklaring evenwel niet afkomstig is uit een objectieve, verifieerbare bron heeft de rechtbank daarin terecht geen aanleiding gevonden voor de conclusie dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat appellant onjuiste gegevens over zijn nationaliteit heeft verstrekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen