ABRvS 28 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2896
Asielaanvraag / model M35-K / kring van personen Over de verblijfsrechten van een na een afwijzend besluit geboren kind zal slechts op grond van een daartoe strekkende afzonderlijke aanvraag beslist kunnen worden. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat met de afwijzing van de aanvraag van appellante ook de verblijfspositie van haar dochter is bepaald. Dat het voormelde formulier M35-K is ingediend voorafgaand aan het besluit van 5 december 2005, waarbij de weigering appellante ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen is gehandhaafd, maakt voorts niet dat dat besluit mede betrekking heeft op haar dochter, reeds omdat dat formulier volgens onderdeel C1/4.6.1.1 van de Vc 2000 enkel ziet op het geldig verklaren van de asielaanvraag van de ouder op hangende de beslissing op die aanvraag hier te lande geboren kinderen. Voorts kunnen in onderhavige procedure slechts aan de orde zijn belangen die verband houden met de voorwaarden, neergelegd in artikel 3.56 van het Vreemdelingenbesluit 2000, voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling aan appellante zelf. De ten aanzien van haar dochter gestelde belangen kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. Gelet hierop heeft de rechtbank dan ook terecht de situatie van de dochter van appellante buiten beschouwing gelaten en geoordeeld dat uitzettingsbelemmeringen ten aanzien van haar in onderhavige procedure geen rol spelen. Mitsdien leidt de grief niet tot het ermee beoogde doel.
De uitspraak op rechtspraak.nl