ABRvS 7 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA1201

Regulier / pas in beroep psychische problemen aangevoerd / artikel 8 van het EVRM Ingevolge artikel 3.80, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt de niet-tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), gelijkgesteld met een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 28 september 2004 in zaak no. 200403756/1; JV 2004/432) betekent het stellen van het mvv vereiste, dat eerst in het kader van de aanvraag om een mvv de Minister van Buitenlandse Zaken, indien na toetsing aan de door de minister gestelde vereisten voor gezinshereniging blijkt dat appellante daaraan niet volledig voldoet, zal beoordelen of artikel 8 van het EVRM, gelet op de vaststelling dat het gaat om een eerste toelating, er niettemin toe noopt om haar toe te laten. Het besluit van 1 november 2005 strekt niet tot definitieve ontzegging aan de vreemdeling van het uitoefenen van het gezinsleven hier te lande, doch louter tot handhaving van de eisen die bij wet voor de mogelijkheid om een verblijfsvergunning regulier te verlenen zijn gesteld, zodat de minister terecht heeft betoogd dat de rechtbank niet kon toekomen aan de beoordeling of sprake is van inmenging in de uitoefening van het familie- of gezinsleven van de vreemdeling. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen