ABRvS 6 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0603

Richtlijn 2003/86/EG / gezinshereniging / ongewenstverklaring / gezinslid van een burger van de Unie / ongunstiger positie Uit de Richtlijn kan, in het licht van de bewoordingen en het doel daarvan, niet worden afgeleid dat een gezinslid van een onderdaan van een derde land niet ongewenst mag worden verklaard. Krachtens artikel 67, eerste lid, van de Vw 2000 kan een vreemdeling uitsluitend ongewenst worden verklaard, indien aan de in dat artikel gestelde vereisten is voldaan. Dit artikel maakt geen onderscheid tussen een vreemdeling die een gezinslid van een onderdaan van een derde land is en een vreemdeling die gezinslid van een burger van de Unie is. Hieruit volgt dat appellant niet vanwege de omstandigheid dat hij als gezinslid van een burger van de Unie buiten het toepassingsbereik van de Richtlijn valt in een ongunstiger positie verkeert.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen