ABRvS 1 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ8707

Afzien van horen De minister heeft in het voornemen 15 augustus 2005 te kennen gegeven dat, indien na ontvangst van de zienswijze het voornemen blijft bestaan de aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen af te wijzen, zij in de gelegenheid wordt gesteld zich te doen horen omtrent dit voornemen. Appellante heeft daar bij het opstellen van haar zienswijze rekening mee gehouden. Uit de enkele omstandigheid dat de minister in het voornemen ten onrechte heeft verwezen naar artikel 41, tweede lid, van de Vw 2000 als grondslag voor het horen, heeft appellante redelijkerwijs niet hoeven af te leiden dat de door de minister gedane mededeling omtrent het horen op een misslag berustte. De rechtbank heeft niet onderkend dat de minister onder de gegeven omstandigheden niet alsnog van het horen van appellante heeft mogen afzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen