ABRvS 27 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ5995
Staandehouding / middelen van bestaan Blijkens het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van het gehoor van 26 oktober 2006 heeft appellant (Bulgaarse nationaliteit, vrijgesteld van visumplicht) verklaard dat hij sinds twee maanden in Nederland verblijft en geen geld heeft. Aldus heeft de minister terecht aan appellant tegengeworpen dat hij niet over voldoende middelen, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 beschikte, zodat de vrije termijn reeds om die reden van rechtswege was geëindigd. Mitsdien was zijn verblijf niet bij of krachtens artikel 12 Vw 2000 toegestaan en verbleef appellant niet rechtmatig in Nederland.
De uitspraak op rechtspraak.nl