ABRvS 10 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV5065

Bewaring / staandehouding / afwachten vovo is geen rechtmatig verblijf / melding korpschef / Schengenvisum / geen lichter middel. De mededeling in de brief van 19 januari 2006 dat de vreemdeling niet zal worden verwijderd vóór de uitspraak op een tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening doet, zoals de minister terecht betoogt, in het licht van artikel 8 Vw 2000 geen andere situatie ontstaan dan indien de vreemdeling de beslissing op het verzoek niet hier te lande zou mogen afwachten. In geen van beide gevallen is sprake van rechtmatig verblijf. Voorts betoogt de minister terecht dat uit het proces verbaal van staandehouding kan worden afgeleid dat de uitreiking van het besluit van 12 januari 2006 en de staandehouding direct na elkaar hebben plaatsgevonden. Voorts wordt in aanmerking genomen dat de vreemdeling volgens het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de rechtbank bij die gelegenheid heeft verklaard dat zij in de zomer van 2005 kort in Nederland is geweest en heeft aangevoerd dat zij bij binnenkomst over een door de Franse ambassade afgegeven visum beschikte. Dit visum stelde de vreemdeling echter, gelet op artikel 4.48 Vb 2000, niet vrij van de verplichting zich aan te melden bij de korpschef. Uit de gedingstukken blijkt dat de minister bij zijn besluitvorming de gronden van de bewaring heeft betrokken. Zoals hiervoor overwogen, heeft de minister het vermoeden dat gevaar bestaat voor onttrekking aan de uitzetting mogen baseren op het feit dat de vreemdeling eerder niet rechtmatig in Nederland heeft verbleven en zij tegenover de vreemdelingenpolitie heeft verklaard dat zij niet naar haar land van herkomst wil terugkeren. In dat licht bezien behoefde de minister in de omstandigheid dat hij bekend was met de woon-/verblijfplaats en het adres van de school van de vreemdeling geen aanleiding te zien om van het opleggen van bewaring af te zien. De minister heeft het risico dat de vreemdeling zich niet meer zou melden, zodra haar uitzetting daadwerkelijk in zicht zou komen, niet hoeven aanvaarden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen