ABRvS 23 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT1966

Bij besluit van 7 november 2003, kenmerk AZ/HG/DA-dekom, heeft verweerder aan appellante lasten onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd ter zake van het op of in de bodem brengen van afvalstoffen op tien locaties in strijd met artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 2, derde lid, onder a, van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen en artikel 1, eerste lid, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. Deze locaties zijn op basis van de hoeveelheid op de bodem gebrachte afvalstoffen ondergebracht in drie sublocaties. De dwangsommen zijn vastgesteld op € 2.000,00 voor sublocatie A, € 6.000,00 voor sublocatie B en € 16.000,00 voor sublocatie C telkens per week dat de overtredingen op de locaties, die zijn ondergebracht in een sublocatie, niet ongedaan zijn gemaakt, met een maximum waarboven geen dwangsommen meer worden verbeurd van respectievelijk € 32.000,00, € 72.000,00 en € 128.000,00.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen