ABRvS 8 november 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR5536
Bij brief van 21 mei 2003 heeft de vreemdeling de minister verzocht zijn aanvraag alsnog nader te willen bekijken. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, kan deze brief niet worden aangemerkt als een aanvraag van de vreemdeling om hem op grond van de aan de minister toekomende discretionaire bevoegdheid een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank heeft, gelet op de inhoud en strekking van deze brief, in de politieke ontwikkelingen sinds 14 januari 2003 en de uitlatingen van de minister over het gebruik van diens discretionaire bevoegdheid ten onrechte aanleiding gezien voor het oordeel dat de brief meer behelst dan een verzoek om heroverweging van het eerdere afwijzende en inmiddels in rechte onaantastbare besluit op de eerdere aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl