ABRvS 26 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO9961
Bij besluit van 19 juni 2002, kenmerk MW2002.7593, heeft verweerder aan appellante lasten onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd wegens het zonder vergunning oprichten en werking hebben van een inrichting voor het opbrengen en ontwateren en omzetten van aardappelwaswaterslib op het perceel aan de Rozenstraat te Baak, kadastraal bekend gemeente Steenderen, sectie P, nummer 920. De dwangsommen zijn vastgesteld op: - € 5.000,00 voor elke week dat appellante materiaal aanvoert en/of andere activiteiten op de inrichting uitvoert of laat uitvoeren, behoudens activiteiten ten behoeve van het in de oorspronkelijke staat terugbrengen van het perceel of het uitvoeren van een bodemonderzoek, tot een maximum van € 130.000,00; - € 1.000,00 voor elke maand dat appellante na afloop van de gestelde begunstigingstermijn van vier weken na het inwerkingtreding van het besluit geen plan van aanpak met betrekking tot het herstel van het perceel bij verweerder heeft ingediend, tot een maximum van € 5.000,00; - € 2.500,00 voor elke maand na afloop van de gestelde begunstigingstermijn van drie maanden na goedkeuring van het plan van aanpak dat appellante de oorspronkelijke situatie op het perceel niet heeft hersteld, tot een maximum van € 10.000,00; - € 1.500,00 voor elke maand dat appellante na afloop van de gestelde begunstigingstermijn van zeven maanden na het inwerking treden van het besluit de rapportage van het bodemonderzoek dat na herstel van de oorspronkelijke situatie op het perceel dient te worden uitgevoerd, niet heeft ingediend, tot een maximum van € 6.000,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl