ABRvS 3 maart 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO4808

Bij besluit van 29 december 1999 heeft het hoofd Toezicht en Voorraadbeheer voor het hoofd sector Bouwen, Wonen en Economie van de dienst Binnenstad voor het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) [partij] op grond van artikel 14, eerste lid, en artikel 17, eerste lid, van de Woningwet en gelet op de artikelen 73, 78, 83, 84, 89, 91, 92 en 102 van het Bouwbesluit en uit anderen hoofde uit oogpunt van gezondheid, bruikbaarheid en veiligheid aangeschreven binnen vijf weken na de dag waarop de aanschrijving is verzonden of uitgereikt een aanvang te nemen met het treffen van nader omschreven voorzieningen en er voor zorg te dragen dat met een geregelde voortgang, doch binnen een termijn van drie maanden na de aanvang, de nader omschreven voorzieningen zijn getroffen aan het pand [locatie] te [plaats].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen