ABRvS 24 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AO0841
Bij besluit van 26 juli 2002, kenmerk ME/EP/RE/02010954, heeft verweerder, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, krachtens artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 25a van het Lozingenbesluit bodembescherming voor een periode van vier jaar aan appellante een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een waterpompstation met bijbehorende injectieputlocaties, alsmede het lozen van afvalwaterstromen in de bodem. De inrichting is gelegen aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [-], nummers [-], [-] en [-], en sectie [-], nummer [-]. De gevraagde vergunning is geweigerd voor het injecteren in de diepe ondergrond van putbehandelingsvloeistoffen en doodpompvloeistoffen. Dit besluit is op 16 januari 2003 ter inzage gelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl