ABRvS 15 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0237

Bij besluit van 27 mei 2003, kenmerk 20030918, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 5000,00 per dag dat artikel 14, eerste lid, onder d, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (hierna: het Bouwstoffenbesluit) wordt overtreden. De maatregel dient overeenkomstig het bij de melding van 18 januari 2001 (gewijzigd door de op 25 april 2003 ingediende melding) behorende rapport van MBS Milieu-advies en onderzoek B.V. te Loosdrecht (nr. 1315B-00-wh-05-9 van februari 2001) te worden uitgevoerd. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 420.000,00. De termijn waarbinnen geen dwangsom zal worden verbeurd is gesteld op 1 maand na de inwerkingtreding van het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen