ABRvS 2 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9000

Bij besluiten van 12 april 2000 heeft de Staatssecretaris (thans de Minister) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Staatssecretaris) de over de tijdvakken van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 en van 1 juli 1997 tot 1 juli 1998 krachtens de Huursubsidiewet toegekende bijdragen nader vastgesteld op ƒ 1.560,00/€ 707,90, respectievelijk ƒ 634,00/€ 287,70 en de over genoemde tijdvakken aan subsidie verstrekte bedragen van ƒ 2.340,00/€ 1.061,85, respectievelijk ƒ 3.684,00/€ 1.671,73 van appellant teruggevorderd. Bij besluit van 21 juni 2001 heeft de Staatssecretaris de over het tijdvak van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 verschuldigde bijdrage nader vastgesteld op het aanvankelijk aan appellant toegekende bedrag, zodat de terugvordering van ƒ 2.340,00/€ 1.061,85 kwam te vervallen, en de bijdrage voor het tijdvak van 1 juli 1997 tot 1 juli,1998 ongewijzigd gelaten. Bij besluit van 17 oktober 2001 heeft de Staatssecretaris het tegen de besluiten van 12 april 2000 door appellant gemaakte bezwaar voorzover betrekking hebbend op het tijdvak van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 gegrond verklaard, het op dat tijdvak betrekking hebbend besluit ingetrokken en aan appellant een bedrag toegekend van ƒ 3.900,00/€ 1.769,74, de vordering van ƒ 2.340,00/€ 1.061,85 vervallen verklaard en het bezwaar voorzover betrekking hebbend op het tijdvak van 1 juli 1997 tot 1 juli 1998 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 31 januari 2003, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank te Dordrecht (hierna: de rechtbank) het tegen het besluit van 17 oktober 2001 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen