ABRvS 18 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AG1703

Bij besluit van 10 september 2001, kenmerk wmb08312.doc, heeft verweerder aan appellant een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op ƒ 1.500,00/€ 680,67 per keer dat zonder een krachtens de Wet milieubeheer daartoe verleende vergunning inname van tarragrond en/of ontwatering van dergelijke tarragrond zal plaatsvinden op het terrein van de inrichting, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. De dwangsom is opgelegd voor een periode van zes maanden. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op ƒ 140.000,00/€ 63.529,23. Bij besluiten van 1 maart 2002, kenmerken rs020016 en rs020017, verzonden op 4 maart 2002, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 10 september 2001 herroepen en daarvoor in de plaats een preventieve last onder dwangsom voor opnieuw een periode van zes maanden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen