ABRvS 11 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF9813

Art. 14 Woningwet biedt voor bestaande woningen eveneens een aanschrijvingsgrond voor voorzieningen die volgens het Bouwbesluit slechts voor te bouwen woningen zijn vereist, mits het treffen van die voorzieningen noodzakelijk is. Voorzieningenaanschrijvingen onder bestuursdwangaanzegging. Het dagelijks bestuur bestrijdt terecht het oordeel van de rechtbank dat het niet bevoegd was appellante sub 2 aan te schrijven inzake het inbraakwerend hang- en sluitwerk. De Afdeling stelt vast dat art. 14 Woningwet, gelet op de tekst daarvan en de toelichting daarop, voor bestaande woningen eveneens een aanschrijvingsgrond biedt voor voorzieningen die volgens het Bouwbesluit weliswaar niet voor deze woningen, maar slechts voor te bouwen woningen zijn vereist, mits het treffen van die voorzieningen noodzakelijk is. Het dagelijks bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbraakwerend hang- en sluitwerk - dat ex art. 20a Bouwbesluit is voorgeschreven voor te bouwen woningen - in dit geval noodzakelijk is ten behoeve van de sociale veiligheid en ter voorkoming van inbraak en diefstal, omdat de desbetreffende woningen zeer inbraakgevoelig zijn. In dit verband heeft het dagelijks bestuur gewezen op het beleid dat tot doel heeft het kwaliteitsniveau van de buurt, waarin de panden gelegen zijn, projectmatig te verbeteren. Gelet hierop heeft het dagelijks bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het treffen van inbraakwerende voorzieningen noodzakelijk was. Derhalve was het bevoegd op grond van art. 14 Woningwet appellante daartoe aan te schrijven. In zoverre gegrond hoger beroep. 1. het dagelijks bestuur van het stadsdeel Westerpark, 2. de B.V. Egelinck BV te Amsterdam, appellanten. mr. D.A.C. Slump

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen