ABRvS 29 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF8028
Weigeringsgronden APV en belangen Flora- en Faunawet en Wet wapens en munitie. Weigering vergunning voor het kleiduivenschieten omdat het houden van het evenement er naar het oordeel van de burgemeester toe leidt dat gehandeld wordt in strijd met de Flora- en Faunawet (hierna: de FFW) en de Wet wapens en munitie (hierna: de WWM), wetten die beogen de openbare orde te beschermen. Ingevolge art. 2.2.2.1 APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Ingevolge het tweede lid van dat artikel kan de vergunning worden geweigerd in het belang van a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; d. de zedelijkheid of gezondheid. De Afdeling stelt voorop dat, door opname van art 2.2.2 APV onder de noemer "openbare orde" en de bijplaatsing van enkele aanverwante weigeringsgronden, bij de beoordeling van de vraag of op grond van deze bepaling vergunning had moeten worden verleend, in ieder geval het belang van de openbare orde en de belangen, als genoemd in art. 2.2.2, tweede lid, onder b tot en met d APV moeten worden betrokken, alsmede dat bij afwezigheid van die belangen andersoortige belangen geen zelfstandige grond tot weigeren van de vergunning kunnen opleveren. Daargelaten dat betwijfeld kan worden of sprake is van strijd met de FFW en de WWM zijn de belangen die de WWM en de FFW beogen te dienen niet zodanig verweven met de belangen die ten grondslag liggen aan de weigeringsgronden genoemd in art. 2.2.2, tweede lid, APV dat de enkele omstandigheid dat het beoogde gebruik van deze vergunning zich niet verdraagt met deze wetten reden zou mogen zijn deze vergunning te weigeren. Ongegrond hoger beroep. Burgemeester van Maasdriel, appellant. mrs. C. de Gooijer, W. van den Brink, B.J. van Ettekoven
De uitspraak op rechtspraak.nl