ABRvS 12 maart 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF5584
De in art. 54.2 Woningwet vervatte regeling is ook van toepassing op een weigering een monumentenvergunning te verlenen. Weigering bouwvergunning voor het vervangen van ramen in voorgevel van woning. Het pand is een beschermd monument in de zin van de Monumentenwet 1988, voor de verandering waarvan een vergunning is vereist als bedoeld in art. 11.2 van die wet. B&W hebben deze vergunning geweigerd. Deze weigering is onherroepelijk geworden. De rechtbank is op goede gronden tot het oordeel gekomen dat B&W ten onrechte de gevraagde bouwvergunning hebben geweigerd in plaats van de aanvraag om bouwvergunning aan te houden. De verwijzing in art. 54.2 Woningwet, naar "het besluit als bedoeld in art. 11.2 Monumentenwet 1988" is niet beperkt tot een besluit strekkende tot verlening van een vergunning krachtens dat artikellid. De strekking van de aanhoudingsplicht geeft ook geen aanleiding zo'n beperking in deze bepaling te lezen. De in art. 54.2 vervatte regeling, voorzover van belang, is derhalve ook van toepassing op een weigering een monumentenvergunning te verlenen. Ongegrond hoger beroep. Het college van burgemeester en wethouders te Utrecht, appellant. mrs. C. de Gooijer, M. Vlasblom, E.M.H. Hirsch Ballin
De uitspraak op rechtspraak.nl