ABRvS 29 januari 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF3547

Korpschef geen belanghebbende bij besluit tot intrekking van verleende jachtakte. De Afdeling deelt niet het oordeel van de voorzieningenrechter, dat de korpschef belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2.2 Awb. De Afdeling verwijst hiervoor in de eerste plaats naar haar uitspraak van 6 november 2002 in zaak no. 200103516/1 ( LJN AE9910). De hier aan de orde zijnde bevoegdheid wordt door de korpschef uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie. De bevoegdheid van de Minister van Justitie op grond van art. 15.2 Jachtwet om de door de korpschef verleende akte in te trekken als ook de in art. 15.4 voorziene mogelijkheid om bij de Minister van Justitie administratief beroep in te stellen tegen door de korpschef krachtens de Jachtwet genomen besluiten, sluiten hierbij aan. De korpschef heeft ten aanzien van het besluit van 7 februari 2002 dan ook geen eigen, van de Minister van Justitie te onderscheiden belang. De Korpschef van de politieregio Utrecht. mrs. P.J. Boukema, P.A. Offers, J.A.W. Scholten-Hinloopen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen