ABRvS 18 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF2122

Voorwaarde ter bescherming van belangen LPG-Besluit kan in het kader van art. 56.3 Woningwet noch in het kader van art. 15.3 WRO worden gesteld. Verlenen vrijstelling (19 WRO oud) en bouwvergunning voor het oprichten van een kantoorgebouw, showroom en parkeerkelder onder de voorwaarde dat in het gebouw niet meer dan 50 personen werkzaam zijn. Deze voorwaarde is uitdrukkelijk verbonden aan de bouwvergunning. De voorwaarde is gesteld ten einde te voorkomen dat het legaal op het naastgelegen perceel aanwezige LPG-vulpunt na verwezenlijking van het bouwplan zal zijn gevestigd op een afstand van minder dan 80 meter bij een kantoor dat is bestemd voor meer dan 50 personen, hetgeen in strijd zou zijn met het Besluit LPG-tankstations milieubeheer. Het LPG-Besluit bevat geen voorschriften krachtens welke de bouwvergunning is verleend en waaraan het bouwplan moet voldoen, zodat een voorwaarde ter bescherming van de in het LPG-Besluit besloten belangen niet in het kader van art. 56.3 Woningwet kan worden gesteld. Met betrekking tot de vraag of de voorwaarde eventueel kan worden verbonden aan de art. 19 WRO-vrijstelling wordt overwogen dat deze ingevolge de slotzin in het eerste lid van art. 19 WRO dient te voldoen aan art. 15.3 van die wet. Gegeven de aard van de art. 19-vrijstelling zijn daarbij tevens relevant de belangen die bescherming zullen vinden in het bestemmingsplan waarop wordt vooruitgelopen. Het voorschrift is een met het oog op de bescherming van het milieu gestelde norm die in de eerste plaats het vulpunt betreft. Art. 10.1 WRO biedt geen grondslag voor het in een bestemmingsplan opnemen van een voorschrift terzake van het aantal personen, dat in een kantoor werkzaam mag zijn, nu dat voorschrift primair is ingegeven door het bedoelde milieuvoorschrift uit het LPG-Besluit, dat bovendien m.n. op het vulpunt ziet. Het voorgaande leidt er toe dat dat voorschrift ook niet met toepassing van art. 15.3 WRO als voorwaarde aan de vrijstelling als bedoeld in art. 19 van die wet kan worden verbonden. Burgemeester en wethouders van Haarlem mrs. J.A.M. van Angeren, J.E.M. Polak, B.J. van Ettekoven

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen