ABRvS 20 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0834

Beleid van de Kroon terzake van spontane schorsing en vernietiging niet onredelijk of innerlijk tegenstrijdig. KB inzake vernietiging van besluit tot verlening van bouwvergunning aan appellant sub 2 voor oprichten woonhuis. De daartegen ingediende bezwaarschriften door appellanten sub 1 (B&W van Valkenswaard) en appellant sub 2 zijn door de Kroon ongegrond verklaard. Terzake van de toepassing van het instrument van spontane schorsing en vernietiging is het beleid van verweerster in algemene zin neergelegd in de notitie inzake de inzet van het instrument spontane schorsing en vernietiging (TK 1991-1992, 21427, nr. 21). Meer in concreto zijn de uitgangspunten voor het gebruik van dat instrument op het terrein van de ruimtelijke ordening beschreven in de brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 februari 2001. In eerstgenoemde notitie is onder meer aangegeven dat in de heersende opvattingen omtrent de verhoudingen tussen overheden past dat het centrale gezag niet dan met de nodige terughoudendheid van zijn vernietigingsbevoegdheid gebruik maakt. Strijd met het recht of met het algemeen belang is op zichzelf nog niet voldoende om vernietiging te rechtvaardigen. Daarbovenop komt nog een bestuurlijke beoordeling, waarbij getoetst wordt aan een drietal criteria: - de inbreuk op de rechtsorde moet zodanig zijn dat een dwingend openbaar belang is gediend met vernietiging; - vernietiging is geen doel op zichzelf: zij beoogt mede met het recht of het algemeen belang strijdige gevolgen te voorkomen; - het toezichthoudend orgaan moet zelf ook de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, zoals de rechtszekerheid en het vermijden van willekeur (als er meerdere soortgelijke besluiten zijn). De Afdeling stelt voorop dat zij de in voornoemde twee stukken opgenomen beleidscriteria niet onredelijk of innerlijk tegenstrijdig acht. Voorts volgt de Afdeling appellant sub 2 niet in zijn betoog dat de wetenschap van een vergunninghouder bij een beslissing omtrent vernietiging geen rol zou mogen spelen. Het staat verweerster vrij om door middel van (beleids)criteria invulling te geven aan haar discretionaire bevoegdheid, mits zodanige criteria niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen die op deze bevoegdheid van toepassing zijn. Van een zodanige strijd is hier geen sprake en ook overigens valt niet in te zien dat het onredelijk is dat verweerster de wetenschap van een vergunninghouder bij haar besluitvorming betrekt. Vernietiging in casu in overeenstemming met de (beleids)criteria. De Kroon, verweerster. mrs. P.J.J. van Buuren, C.A. Terwee-van Hilten, E.M.H. Hirsch Ballin

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen