ABRvS 6 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9910

Korpschef geen belanghebbende bij besluiten tot vernietiging van (door hem genomen) besluiten tot intrekking Wwm-verloven. Een tweetal besluiten van de Korpschef van de politieregio Gelderland-Zuid tot intrekking van verloven tot het voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie zijn door de minister van justitie in administratief beroep vernietigd. De korpschef heeft tegen de besluiten van de minister beroep ingesteld. De uitspraak van de rechtbank houdt impliciet het oordeel in dat de korpschef belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2.2 Awb. De Afdeling deelt dit oordeel niet. Weliswaar kent de Wwm aan de korpschef de bevoegdheid toe om verloven als de onderhavige te verlenen, dan wel te wijzigen of in te trekken, maar de korpschef dient die taken ingevolge art. 38.2 Wwm uit te oefenen met inachtneming van de door de minister te geven aanwijzingen. Hieronder dienen zowel algemene als bijzondere aanwijzingen te worden begrepen. De hier aan de orde zijnde bevoegdheid wordt door de korpschef uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van de minister. De in art. 34 Wwm voorziene mogelijkheid om bij de minister administratief beroep in te stellen tegen door de korpschef krachtens de Wwm genomen besluiten als ook de bevoegdheid van de minister op grond van art. 7.2, om de door de korpschef gegeven verloven te wijzigen of in te trekken, sluiten hierbij aan. De korpschef heeft ten aanzien van het besluit dan ook geen eigen, van de minister te onderscheiden belang. De rechtbank heeft de korpschef derhalve ten onrechte als belanghebbende aangemerkt. De Minister van Justitie. mrs. J.M. Boll, H.G. Lubberdink, A.W.M. Bijloos

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen