ABRvS 25 september 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE8005

Voor het in gebruik nemen van een voorheen bestaande uitweg is een vergunning/ontheffing o.g.v. de Wbr vereist Weigering vergunning o.g.v. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken voor het gebruik van een op-/afrit. Het betreft het opnieuw in gebruik nemen van een verharding in een groenstrook. De Afdeling stelt voorop dat de groenstrook in welke de verharding is gelegen behoort tot de N265 en deel uitmaakt van dit waterstaatswerk. Blijkens de MvT (TK, 1995-1996, 24 573, nr. 3, blz. 1) heeft de Wbr tot strekking de Wet van 28 februari 1891, Stb. 69, tot vaststelling van bepalingen betreffende ’s Rijkswaterstaatswerken en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur te vervangen door een nieuwe wet waarvan doel en strekking dezelfde zijn. In het op de Wet van 28 februari 1891 gebaseerde Rijkswegenreglement en de Verkeerswet tegen lintbebouwing werd een onderscheid gemaakt tussen het uitwegen zelf - het functionele aspect - en de daarmee gepaard gaande fysieke werken. Dit onderscheid is niet met zoveel woorden teruggekomen in art. 2.1.a Wbr. Dat betekent echter niet dat de uitleg van de rechtbank volgens welke het in die bepaling neergelegde verbod uitsluitend ziet op het verrichten van fysieke ingrepen in, op, onder of boven een waterstaatswerk, juist is en dat het opnieuw in gebruik nemen van een voorheen bestaande uitweg niet onder het verbod van genoemde bepaling valt. Dit laatste zou slechts anders zijn indien voor het maken en/of het behoud van een uitweg reeds vergunning o.g.v. de Wbr is verleend, dan wel een vergunning of ontheffing die ingevolge art. 10 Wbr met een vergunning op grond van deze wet gelijk wordt gesteld. Van het bestaan van zodanige vergunning of ontheffing is niet gebleken. Het moet er derhalve voor worden gehouden, dat de uitweg indertijd zonder de daartoe vereiste publiekrechtelijke toestemming is aangebracht en in gebruik genomen. Hoger beroep gegrond. De Minister van Verkeer en Waterstaat, appellant. mrs. M. Vlasblom, H. Troostwijk, J.A.W. Scholten-Hinloopen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen