ABRvS 11 september 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE7480

Beleid inzake toevoeging vóór aanvang vervolging in overeenstemming met art. 6 EVRM Weigering toevoeging voor rechtsbijstand voorafgaand en tijdens een verhoor door de opsporingsdienst van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB). Verweerder hanteert inzake de toepassing van art. 12.2.g en art. 28 Wrb een vast beleid dat in strafzaken in beginsel pas dan een grond aanwezig is voor het verlenen van rechtsbijstand indien tegen de verdachte van een misdrijf een vervolging is aangevangen en hij op grond daarvan ter terechtzitting wordt gedagvaard. Toevoeging in een eerder stadium is mogelijk indien op grond van bijzondere omstandigheden rechtsbijstand van substantiële aard moet worden verleend in de fase die voorafgaat aan de zitting. Verweerder heeft met dit beleid de hem toegekende beleidsruimte niet overschreden. Eiser is van Turkse afkomst, spreekt nauwelijks Nederlands en is wegens verdenking van fraude met zijn WAO-uitkering uitgenodigd voor een verhoor door de opsporingsdienst van het SFB. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen besluiten dat dit geen bijzondere omstandigheden zijn als bedoeld in zijn beleid. Het beleid is niet in strijd met het in art. 6 EVRM verankerde recht op rechtsbijstand. Nu het beleid ruimte biedt voor toevoeging van een raadsman indien op grond van bijzondere omstandigheden rechtsbijstand van substantiële aard moet worden verleend in de fase die voorafgaat aan de zitting, is dit beleid in overeenstemming met art. 6 EVRM en de jurisprudentie van het EHRM dienaangaande, die immers bijstand door een advocaat gedurende de fase van de politieverhoren afhankelijk stelt van de omstandigheden van het geval. Beroep ongegrond. Wet tegemoetkoming schade bij rampen en ongevallen 1.e, 4.1, 5.1, 6.1.a Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998. De Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam, verweerder. mr. W.M.C. van den Berg

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen