ABRvS 10 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5082

Beëindiging toegezegde compensatie door eenmalige subsidievaststelling o.g.v. Regeling Afwijzing compensatieverzoek voor het niet volledig in de huurprijs tot uitdrukking kunnen brengen van het bij afkoop gehanteerde subsidieafbraakpercentage. In de Nota van toelichting bij het Besluit huurprijzen woonruimte heeft de Staatssecretaris toegezegd dat compensatie zal worden geboden in situaties waarin een verhuurder niet in de gelegenheid is de geldende subsidieafbraak aan huurders in rekening te brengen. Ingevolge art. 6.a Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen 1998 heeft de subsidievaststelling tot gevolg dat een verbintenis van het Rijk jegens de subsidie-ontvanger uit hoofde van geldelijke steun, die is verleend krachtens een DKP-regeling, als omschreven in art. 1.a van de Regeling, tenietgaat voorzover deze betrekking heeft op het tijdvak vanaf 1 januari 1998. Hoewel uit de tekst van de Regeling niet blijkt dat de eenmalige subsidievaststelling op grond van de Regeling mede de in de Nota van Toelichting bij het Besluit toegezegde compensatie bedoelt te beëindigen, brengt een redelijke uitleg van de Regeling dit wel met zich. Het voort laten bestaan van de mogelijkheid van het verstrekken van geldelijke steun op grond van de toegezegde compensatie verdraagt zich immers niet met de constructie van afkoop welke ten grondslag ligt aan de Regeling. Bovendien moet de toegezegde compensatie worden beschouwd als een aanvulling op de subsidie krachtens de DKP-regelingen, die door de eenmalige subsidievaststelling wordt beëindigd. De Staatssecretaris was derhalve niet gehouden naast de eenmalige vaststelling compensatie te bieden voor het niet in rekening kunnen brengen van de geldende subsidieafbraak. Hoger beroep ongegrond. Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. mrs. P. van Dijk, R.R. Winter, P.A. Offers

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen