ABRvS 24 april 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1842

Bekendmaking voornemen tot gehele of gedeeltelijke weigering van subsidie is gericht op rechtsgevolg. Aankondiging bij brief van 28maart2000 dat de opzet en uitvoering van het subsidiebeleid voor niet-gouvernementele organisaties zullen worden gewijzigd en dat verplichtingen die leiden tot uitgaven na 1 september 2001 in beginsel niet voor subsidiëring in aanmerking komen. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat de brief van 28 maart 2000 niet als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb kan worden beschouwd. De bescherming die art. 4:51 Awb aan subsidie-ontvangers voor drie of meer jaren wil verlenen, komt niet tot haar recht, indien de bekendmaking van het voornemen tot gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie wordt gezien als een aankondiging zonder rechtsgevolg. De Afdeling verwijst voorzoveel nodig naar de geschiedenis van de totstandkoming van het artikel (PG Awb III, p. 251) en merkt ook op dat de staatssecretaris niet zonder reden een mededeling als bedoeld in art. 3:45 Awb aan de brief van 28 maart 2000 heeft toegevoegd. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, appellant. mrs. J.A.E. van der Does, P.A. Offers, D.A.C. Slump

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen