ABRvS 20 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1092
Terechte intrekking gelet op verantwoordelijkheid BV voor zuiverheid kentekenregister. Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad voor periode van zes weken, omdat A B.V. bij de verkoop van twee voertuigen het kentekenbewijs deel I niet onder zich heeft gehouden totdat de benodigde vrijwaringsbewijzen waren ontvangen. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. A B.V. heeft door het overhandigen van het volledige kentekenbewijs een groot risico genomen, aangezien het erop vertrouwde dat de koper het voertuig zo spoedig mogelijk zou vrijwaren. De koper heeft dit veel later gedaan, waardoor in de tussentijd de feitelijke situatie niet overeenkwam met de situatie zoals deze was weergegeven in het kentekenregister. Appellant heeft niet ten onrechte groot gewicht toegekend aan de zuiverheid van het kentekenregister, nu vele organisaties van de juistheid van de daarin opgenomen gegeven afhankelijk zijn. Voor A B.V., die als erkend bedrijf toegang tot het register heeft en wijzigingen kan aanbrengen, moet het zonder meer duidelijk zijn geweest dat de zuiverheid van het kentekenregister, waarvoor zij mede verantwoordelijk is, door haar handelwijze in het gedrang is gekomen. Gegrond hoger beroep; inleidend beroep ongegrond verklaard. De Algemeen directeur van de Rijksdienst voor het wegverkeer, appellant. mr. C. de Gooijer Wegenverkeerswet 1994 62.1, 62.4, 65.2.c Regeling erkenning bedrijfsvoorraad (Stcrt. 1994, 248) 9.1 Kentekenreglement 27, 28.1
De uitspraak op rechtspraak.nl