ABRvS 6 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE0229

Schorsing bewijs van luchtwaardigheid niet het geëigende instrument om gedrag van appellant aan te pakken. Bewijs van luchtwaardigheid van appellants vliegtuig met onmiddellijk ingang geschorst, omdat op 5 punten niet werd voldaan aan voorschriften met betrekking tot onderhoud, revisie en herstelling. Het is op zichzelf begrijpelijk dat de minister het gedrag van appellant, die de luchtverkeersleiding niet als begeleider van zijn vluchten leek te aanvaarden, heeft willen aanpakken. Schorsing van appellants vliegbewijs was doorvoor echter niet het geëigende instrument. Uit art. 27.1.a in samenhang met art. 27.5 Regeling Toezicht Luchtvaart (RTL) volgt dat een bewijs van bevoegdheid niet kan worden geschorst zonder dat de houder in de gelegenheid wordt gesteld deze schorsing ongedaan te maken door een keuring te ondergaan dan wel een examen af te leggen. Daaruit leidt de Afdeling af dat onder 'de nodige geschiktheid' moet worden verstaan medische geschiktheid dan wel geschiktheid in technische zin, dat wil zeggen kennis van (technische) voorschriften en bezit van de praktische vaardigheden voor het besturen van een vliegtuig. Niet in geschil is dat aan appellants geschiktheid in medisch opzicht niets mankeerde. Gezien zijn kwalificaties als vlieginstructeur kan voorts worden aangenomen dat hij beschikte over voldoende kennis in technische zin. Het gedrag van appellant moet worden gezien tegen de achtergrond van de al jarenlang slechte verhouding tussen appellant en de luchtverkeersleiding, in welke situatie beide partijen niet meer bereid waren zich jegens elkaar op een welwillende manier te gedragen. De Afdeling kan zich voorts niet aan de indruk onttrekken dat de minister de weg van schorsing van het vliegbewijs min of meer als noodsprong heeft bewandeld, omdat het op voorhand weigeren van klaringen voor langere tijd door de uitspraak van de Afdeling van 10 december 1998, ECLI:NL:RVS:1998:AE0586, onmogelijk was gebleken. De Afdeling kan de conclusie van de minister, dat op basis van het gedrag van appellant moet worden getwijfeld aan diens geschiktheid, niet delen. Het schorsingsbesluit kan derhalve niet in stand blijven. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd wegens strijd met art. 27.1.a. RTL, beslissing op bezwaar met toepassing van art. 8:72.4 Awb herroepen. De Minister van Verkeer en Waterstaat. mrs. J.H.B. van der Meer, H. Bekker, W. van den Brink

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen