ABRvS 28 november 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD7951

Geen algemene verplichting tot geneeskundig onderzoek aan lichaam aanvrager invalidenparkeerkaart. Afwijzing aanvraag invalidenparkeerkaart met vermelding passagier op de grond dat appellant blijkens het geneeskundig onderzoek niet kan worden aangemerkt als een persoon die zich niet of nauwelijks te voet kan voortbewegen, zoals art. 1.3 Regeling invalidenparkeerkaart voorschrijft. Appellante voert aan dat zij niet in staat is om zich over grotere afstanden te voet voort te bewegen, ook niet als die duidelijk korter zijn dan 100 meter. Zij stelt dat de betrokken keuringsarts zijn advies niet op de lichamelijke tests heeft gebaseerd die nodig zijn om dit te beoordelen. Anders dan appellante komt de ABRS tot de conclusie dat de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien om te oordelen dat nader onderzoek vereist was. Zoals de ABRS eerder heeft overwogen gaat de bij het geneeskundig onderzoek te betrachten zorgvuldigheid in beginsel niet zo ver dat hieruit in het algemeen een verplichting zou voortvloeien om een keuring in de zin van een onderzoek aan het lichaam van de aanvrager te verrichten. In dit geval heeft de keuringsarts zijn op informatie en eigen waarneming gebaseerde advies getoetst aan nadere informatie van de behandelend revalidatiearts, waaruit is gebleken dat van een zich niet of nauwelijks te voet kunnen voortbewegen bij appellante geen sprake is. Eventuele bevindingen over problemen bij verplaatsing te voet op grotere afstanden kunnen daaraan niet afdoen. Burgemeester en wethouders van Groningen. dr. E.M.H. Hirsch Ballin, mrs. H. Troostwijk, W. van den Brink Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer 49, 53.a Regeling invalidenparkeerkaart van 1 oktober 1991 (Stcrt. 1991, 202) 1.1, 1.3

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen