ABRvS 12 december 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD7948

Doorhaling inschrijving als rechtsbijstandverlener ex art. 17.2.b Wet op de rechtsbijstand geen punitieve sanctie. Doorhaling inschrijving van appellant als rechtsbijstandverlener. Voorop staat dat de doorhaling niet als een punitieve sanctie is aan te merken. Hoewel kan worden verdedigd dat de doorhaling een onvoorwaardelijk karakter heeft en mede preventief werkt, heeft de doorhaling daarentegen geen oogmerk bestraffend te werken, maar tot doel om aan de onverantwoorde besteding van publieke middelen een einde te maken. De rechtbank is op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat de raad op basis van de door appellant gevoerde urenadministratie en diens declaratiegedrag zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellant niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid als bedoeld in art. 17.2.b van de Wet. Ongegrond hoger beroep. De raad voor rechtsbijstand te Amsterdam. mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, C.A. Terwee-van Hilten, P.A. Offers

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen