ABRvS 28 november 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD6829
Cliënt is geen belanghebbende bij een besluit waarbij een zaak conform het verzoek van de advocaat is aangemerkt als bewerkelijk in de zin van art. 19 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994. Verzoek van appellant sub 2 (advocaat) om de zaak van zijn cliënt, appellant sub 1, aan te merken als bewerkelijk in de zin van art. 19 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 (verder: Bvr), ingewilligd. Rechtbank heeft het beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk verklaard. Zoals de Afdeling heeft overwogen bij uitspraak van 16 maart 2000 in zaak no. H01.99.0091, ECLI:NL:RVS:2000:AA5383, is een cliënt belanghebbende bij een besluit tot weigering van toestemming als bedoeld in art. 19 Bvr, aangezien deze weigering betekent dat niet meer dan - het forfaitaire aantal van - 30 uur aan een zaak mag worden besteed, en dit haar invloed kan hebben op de kwaliteit van de nog door de rechtsbijstandverlener te verlenen rechtshulp. In de onderhavige zaak doet de omgekeerde situatie zich voor; het bureau heeft het verzoek van appellant sub 2, om de zaak van zijn cliënt, appellant sub 1, als bewerkelijk in de zin van art. 19 Bvr aan te merken en toe te staan dat hij 80 uur aan de zaak mag besteden, juist ingewilligd. Dit besluit bood appellant sub 2 alle ruimte om appellant sub 1 de - in zijn ogen - nodige rechtshulp te verstrekken. Ook het in administratief beroep genomen besluit, waarbij deze toestemming is gehandhaafd, raakt appellant sub 1 niet rechtstreeks in zijn belang. Om deze reden had de rechtbank het beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk moeten verklaren. De door de rechtbank onderzochte vraag of appellant sub 1 een (processueel) belang heeft bij een uitspraak over de rechtmatigheid van de beslissing op het administratief beroep van appellant sub 2, komt niet aan de orde. De raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch. mr. C. de Gooijer
De uitspraak op rechtspraak.nl