ABRvS 28 november 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD6822
De Raad van Beroep inzake het Toezicht op de Octrooigemachtigden is een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, Awb en geen onafhankelijk bij de wet ingesteld orgaan dat met rechtspraak is belast. Hoger beroep van rechtbank ’s-Gravenhage d.d. 26-09-2000, opgenomen onder LJN AA8927. Gegrond-verklaring klacht over handelwijze van een octrooigemachtigde door de Raad van Toezicht voor de Octrooigemachtigden. Het daartegen ingediende beroep is door appellant sub 1 ongegrond verklaard. Het betoog van de Raad van Beroep dat hij een onafhankelijk, bij de wet ingesteld, met rechtspraak belast orgaan is, als bedoeld in art. 1:1, tweede lid, aanhef en onder c, Awb en dat de rechtbank hem daarom ten onrechte heeft aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, Awb, slaagt niet. De Raad van Beroep is niet aan te merken als een orgaan, als bedoeld in art. 1:1, tweede lid, aanhef en onder c, Awb reeds omdat hij niet is ingesteld bij wet in formele zin, maar zijn grondslag vindt in art. 19 Octrooigemachtigden-reglement. De Raad van Beroep betoogt eveneens ten onrechte dat de Awb in dit geval toepassing mist, nu zijn besluit is genomen krachtens de Rijksoctrooiwet (Row). Ingevolge art. 1, tweede lid, Row is de Awb niet van toepassing op besluiten en andere handelingen krachtens de Row. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het bestreden besluit is genomen onder de werking van de Row 1995 en derhalve is gebaseerd op art. 22 van die wet. Gelet daarop is het bestreden besluit niet aan te merken als een besluit als bedoeld in art. 1, tweede lid, voornoemd. Dat het Octrooigemachtigden-reglement is gebaseerd op art. 18A Row maakt dat niet anders. De Raad van Beroep inzake het Toezicht op de Octrooigemachtigden, appellant sub 1. mrs. J.A.E. van der Does, C.A. Terwee-van Hilten, F.P. Zwart
De uitspraak op rechtspraak.nl