ABRvS 12 september 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD3582
1. Staatssecretaris OCW is belanghebbende bij sloopvergunning monument. 2. Niet tijdig beslissen op de bezwaarschriften brengt niet mee dat B&W niet langer bevoegd waren daarop te beslissen. Vergunning verleend op grond van de Monumentenwet 1988 aan de Stichting Maharishi voor de sloop van het kloostercomplex St. Ludwig te Vlodrop. In beroep is het bezwaarschrift van de Staatssecretaris OCW tegen de sloopvergunning alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Afdeling: De aanwijzing van onroerende monumenten als beschermd monument is een bij de Monumentenwet aan de Staatssecretaris toegekende bevoegdheid. Uit het bestaan van deze bevoegdheid kan - gelet op de aard van die bevoegdheid - worden afgeleid dat het belang van de instandhouding van monumenten een belang is waarvan de behartiging aan de Staatssecretaris is toevertrouwd. Het verlenen van een vergunning in de zin van art. 11 Monumentenwet, op basis waarvan het aangewezen monument geheel of gedeeltelijk kan worden aangetast, raakt in zodanige mate aan dat belang, dat de Staatssecretaris op grond van art. 1:2, tweede lid Awb als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het betoog van de Stichting, dat het primaire besluit formele rechtskracht heeft gekregen, faalt. Vast staat dat het primaire besluit van 22 september 1998 niet in strijd met art. 16, derde en vierde lid Monumentenwet is tot stand gekomen. Een vergunning wordt ingevolge art. 16, vijfde lid Monumentenwet geacht te zijn verleend indien B&W niet binnen de daarvoor in het derde en vierde lid gestelde termijnen op een aanvraag beslissen en niet, zoals de Stichting heeft verondersteld, indien zij niet tijdig beslissen op de tegen een reële vergunningverlening gemaakte bezwaren. Overschrijding van de in art. 7:10, eerste lid Awb gestelde termijn laat onverlet dat B&W op grond van art. 6:20, eerste lid Awb verplicht bleven alsnog een beslissing op bezwaar te nemen. Gegrond hoger beroep. Hoger beroep van rechtbank Roermond d.d. 13-09-2000, LJN AA7153 ECLI:NL:RBROE:2000:AA7153
De uitspraak op rechtspraak.nl